De voorlopige agenda voor een vergadering wordt door de agendacommissie opgesteld.
Een commissielid kan voor een vergadering een onderwerp ter bespreking voordragen.
Hij geeft hiervan ten minste twee dagen vóór de dag waarop de agendacommissie de agenda vaststelt, bericht aan de voorzitter van de agendacommissie.
Bij het opstellen van de agenda als bedoeld in het eerste lid, kan een lid van de agendacommissie een voorstel doen om bij de behandeling van een bepaald onderwerp spreektijden vast te stellen per fractie met inachtneming van de omvang van een fractie en voor de leden van het college.
In spoedeisende gevallen kan de voorzitter van de agendacommissie, in overleg met de fractievoorzitters, na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk het tijdstip van aanvang van een vergadering een aanvullende voorlopige agenda opstellen.
Hoofdstuk IV
Artikel 15