Het in artikel 2 genoemde aantal werkdagen wordt vermeerderd met ingang van het kalenderjaar waarin de ambtenaar de leeftijd bereikt van:
30 jaar, met 0 (was 1) werkdag;
40 jaar, met 0 (was 2) werkdagen;
45 jaar, met 1 (was 3) werkdagen;
50 jaar, met 2 (was 4) werkdagen;
55 jaar, met 3 (was 5) werkdagen;
60 jaar, met 4 (was 6) werkdagen.