Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12

Kostprijsberekening

Onderdeel van Financiele verordening 2017 gemeente Heemstede

1.. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten van de gemeente die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.. 2.. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW)en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3.. De toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, vindt als volgt plaats. Het totaal aan toegerekende afdelingskosten primair proces (loon- en materiële kosten) en overheadkosten in de begroting is gelijk aan het bedrag opgenomen in de begroting van het voorgaande jaar rekening houdend met een inflatiecorrectie. De afdelingskosten primair proces worden aan de taakvelden toegerekend op basis van een inschatting van de urenin- zet. 4.. Voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt de renteomslag gehanteerd. De renteomslag wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Bij het bepalen van het rentepercentage voor de omslagrente wordt geen rekening gehouden met een rentevergoeding over de reserves en voorzieningen. 5.. In afwijking van het 4e lid wordt voor de toerekening van de rentelasten aan de kostprijs van de rioolheffing uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de door de gemeente afgesloten langlopende geldleningen en de rente over de eigen financieringsmiddelen. 6.. In afwijking van het 4e lid wordt in 2017 voor de toerekening van de rentelasten aan specifieke investeringen genoemd in de paragraaf financiering een afwijkend rentepercentage gehan- teerd. Met ingang van 2018 komt dit te vervallen en wordt artikel 12 lid 4 van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel