Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 13

Aanvullende verplichtingen

Onderdeel van Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan

1.. Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 en 11 van de ASA 2013, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden: de subsidieontvanger neemt actief deel aan de culturele infrastructuur van Amsterdam door bijvoorbeeld toe te zien op (delen van) culturele ketens (ketenverantwoordelijkheid); de subsidieontvanger gaat aantoonbaar structurele coalities en samenwerkingsverbanden aan met andere kunst- en cultuurinstellingen; de subsidieontvanger is actief op het gebied van cultuureducatie, cultuurparticipatie en talentontwikkeling voor zover dit past bij de aard en activiteiten van de instelling; de subsidieontvanger bereikt zoveel mogelijk nieuwe publieksgroepen (met name jong en divers); De subsidieontvanger geeft uitvoering aan de Code Cultural Governance, de Code Culturele Diversiteit en indien de subsidieontvanger een museum betreft, staat de subsidieontvanger ingeschreven in het Museumregister en geeft uitvoering aan de Ethische Code voor Musea (ICOM) ; de subsidieontvanger draagt ervoor zorg dat het gebruik van bont in kleding of de verkoop van bont geen deel is van de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt, uitgezonderdbont dat vanuit kunsthistorisch perspectief wordt tentoongesteld of bont dat verwerkt is in materiaal dat hergebruikt wordt waaronder begrepen bestaande decorstukken; het college kan de aanvrager bij de subsidieverlening verplichten een egalisatiereserve te vormen indien de aard van de te subsidiëren activiteiten en de daarmee samenhangende doelstellingen met betrekking tot de overige inkomsten van de aanvrager daar aanleiding toe geven. 2.. Het college kan de in het eerste lid genoemde verplichtingen nader uitwerken in het besluit waarmee de subsidie wordt verleend, dan wel deze verplichtingen gedeeltelijk van toepassing verklaren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel