1. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de
vergadering.
2. Hij kan de vergadering voorstellen aan een commissielid dat door
zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt
niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de
vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid
bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de
vergadering worden ontzegd.
3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door
hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde
opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
4. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of
onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in
behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk
interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die
hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden
over het aanhangige onderwerp.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 26
Handhaving orde en schorsing
Onderdeel van Verordening op Informatie in de Raad en Debat in de Raad van de gemeente Baarn 2015