Lid 1
Deze bepaling is met name opgenomen om de mogelijkheid een nadere toelichting/verduidelijking te vragen of te geven over de op zich complete aanvragen in tijd bezien te beperken. Dit gebeurt met het oog op een effectief verloop van de verdere procedure op weg naar de vaststelling van het programma. Met deze bepaling wordt bijvoorbeeld voorkomen dat het overleg als bedoeld in artikel 10 onnodig belast wordt door allerlei vragen over onduidelijkheden in de aanvragen. De datum van 1 mei is gekozen teneinde burgemeester en wethouders voldoende ruimte te bieden voor het opstellen van een ontwerpvoorstel voor het programma en het overzicht.
Lid 2
Ten aanzien van een voorziening waarvan de uiteindelijke vergoeding ingevolge artikel 4, derde lid, laatste volzin, gebaseerd wordt op de werkelijke kosten zal in eerste aanleg worden gewerkt met een raming van de kosten. De bepaling in dit lid regelt dat er overleg plaatsvindt tussen de aanvrager en burgemeester en wethouders indien de gemeente daartoe aanleiding ziet in de door de aanvrager overgelegde begroting. Burgemeester en wethouders kunnen na toetsing van deze raming van oordeel zijn dat de begroting op een of meer onderdelen bijstelling behoeft.
Uiteindelijk bepalen burgemeester en wethouders de hoogte van de geraamde kosten zoals deze, al dan niet bijgesteld, wordt voorgesteld in het kader van de vaststelling van het gemeentelijk huisvestingsbudget en het daaruit voortkomende programma.
HOOFDSTUK 8
Artikel 9
Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begroting
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs