Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Weigerings- en intrekkingsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Geldrop-Mierlo 2017

1.. De subsidie wordt, naast de in artikel 4:25 tweede lid en artikel 4:35 van de Awb bedoelde gevallen, in ieder geval geweigerd indien: aantoonbare redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit of zal ontplooien die in strijd zijn met de wet- en regelgeving; als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108 derde lid van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; de activiteiten niet zijn benoemd als activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen op grond van een door het college vastgestelde subsidieregeling; subsidieverstrekking niet past binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders en financiële kaders. 2.. Onverminderd het vorige lid kan het college een aanvraag om subsidie weigeren indien: de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van het college geen waardevolle aanvulling vormen op het bestaande aanbod van activiteiten in de gemeente Geldrop-Mierlo; niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; de aanvraag te laat is ingediend; de aanvrager met uitvoering van de activiteiten beoogt winst te maken; de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een overwegend partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming ten doel hebben; de financiële middelen van de aanvrager, met inbegrip van de subsidie, onvoldoende zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren; de aanvrager de behoefte aan de te subsidiëren activiteiten niet aannemelijk heeft kunnen maken; de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten heeft of zal kunnen verkrijgen. subsidieverstrekking in strijd zou zijn met enig wettelijk voorschrift; een van de weigeringsgronden als opgenomen in een door het college vastgestelde subsidieregeling aan de orde is. 3.. Het college kan een verleende subsidie intrekken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 4.. Het college kan een verleende subsidie intrekken en met rente terugvorderen op basis van een besluit van de Europese Commissie of op grond van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel