Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 15

Artikel 46

Artikel 46

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost

1.. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover de Wet publieke gezondheid hier niet aan in de weg staat. Een besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt niet genomen voordat de colleges van alle deelnemende gemeenten na verkregen toestemming van de raden daarmee hebben ingestemd. 2.. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het Algemeen Bestuur tot liquidatie en treft daarvoor de nodige afspraken. Bij dat besluit kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 3.. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. Voor zover mogelijk wordt het liquidatieplan gelijktijdig met het voorstel tot opheffing, aan de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten voor inspraak respectievelijk ter besluitvorming voorgelegd. 4.. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel. 5.. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van het openbaar lichaam. 6.. Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 7.. De organen van het openbaar lichaam blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.

Rechtspraak bij dit artikel