Naar hoofdinhoud
1.. De begrotingscyclus volgt de termijnen van de begrotingscyclus van de deelnemers. 2.. Het bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op van de baten en lasten voor het volgende boekjaar en de drie opvolgende jaren en zendt deze, vergezeld van een toelichting, uiterlijk acht weken (uiterlijk op 15 april) voordat de begroting door het bestuur wordt vastgesteld, toe aan de raden van de deelnemers. De ontwerpbegroting is voorzien van een meerjarenraming en bevat resultaatsverplichtingen. 3.. De raden van de deelnemers kunnen binnen acht weken (uiterlijk op 15 juni) na toezending daarvan omtrent de ontwerpbegroting het bestuur van hun zienswijze doen blijken. De controller voegt de commentaren waarin de standpunten/gevoelens van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze door het bestuur is opgesteld. 4.. De begroting wordt uiterlijk 15 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt door het bestuur vastgesteld; 5.. Nadat deze is vastgesteld zendt het bestuur de begroting binnen twee weken, doch uiterlijk voor 1 augustus, aan Gedeputeerde Staten. Tevens wordt de begroting aan de raden van de deelnemers gezonden zodat zij ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijzen kunnen indienen. 6.. De artikelen 186 t/m 213 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 7.. Voorgestelde afwijkingen die het totaal van de begrote lasten te boven gaan, vereisen een begrotingswijziging. Het bestuur zendt het concept voor de wijziging aan de raden, die hun zienswijzen daarop binnen acht weken na toezending daarvan aan het bestuur kunnen doen blijken. 8.. In afwijking van het zevende lid is geen zienswijzeprocedure nodig bij wijzigingen waarvoor in financiële dekking is voorzien door een extra opdracht van een individuele deelnemer aan BBS met bijbehorende financiële dekking.

Rechtspraak bij dit artikel