Naar hoofdinhoud

Artikel 23

Evaluatie, wijziging en opheffing

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling samenwerking sociaal domein Baarn, Bunschoten en Soest

1.. Het samenwerkingsverband wordt elke vier jaar geëvalueerd, voor het eerst per 2020.In het kader van de evaluatie wordt in ieder geval de efficiëntie van de bedrijfsvoering BBS beoordeeld, en de vraag of de regeling voldoet aan de door de deelnemers geformuleerde doelstellingen. 2.. Ieder der deelnemende gemeenten kan verzoeken om wijziging van deze regeling. Ook kan het bestuur een voorstel tot wijziging doen. Wijziging is slechts mogelijk indien de colleges van deelnemende gemeenten unaniem tot de wijziging besluiten, na daartoe verkregen toestemming van hun raden. 3.. Voor opheffing van de gemeenschappelijke regeling, anders dan door uittreding van een gemeentebestuur, is een daartoe strekkend besluit benodigd van alle colleges van de deelnemende gemeenten die haar hebben getroffen, na daartoe verkregen toestemming van hun raden. 4.. Een besluit tot opheffing van de regeling gaat vergezeld van een liquidatieplan, vast te stellen door het bestuur. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing, in de gevolgen voor het personeel en in de gevolgen van het door de gemeenten wederom zelfstandig uitvoeren van de van toepassing zijnde regelgeving. 5.. Alle rechten en verplichtingen van de regeling die resteren na uitvoering van het liquidatieplan gaan bij vereffening over naar de gemeenten, naar evenredigheid van de grootte van hun bijdrage aan de regeling in het jaar voorafgaande van de opheffing.

Rechtspraak bij dit artikel