Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Spreekrecht voor burgers

Onderdeel van Reglement voor de Raadsadviesvergaderingen van de gemeente Meerssen 2016

Het doel van dit spreekrecht is om de dialoog tussen burgers en de Raad respectievelijk het College tijdens raadsadviesvergaderingen in volle omgang en openheid te bevorderen en zodoende de leden van de Raad via het stellen van vragen desgewenst te voorzien van aanvullende informatie. Deze informatie heeft betrekking op onderwerpen die in eerstkomende raads(advies)vergadering worden behandeld. Burgers kunnen voorafgaand aan elke raadsadviesvergadering verzoeken om het woord te mogen voeren over onderwerpen die zijn geagendeerd voor de eerstkomende raadsvergadering dan wel raadsadviesvergadering; De burger die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit voor de aanvang van de raadsadviesvergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren; De griffier meldt het onderwerp waarvoor spreekrecht wordt verzocht bij de voorzitter van de raadsadviesvergadering en deze kan weigeren een aangemeld onderwerp dat door burgers niet voldoende nauwkeurig is aangegeven of geen of te weinig verband houdt met de geagendeerde punten aan de orde te stellen. Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers maximaal en in totaal gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren in de vergadering over geagendeerde onderwerpen; Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend; niet-geagendeerde zaken. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering; Elke spreker krijgt in beginsel ten hoogste vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers aan de raadsadviesvergadering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel