In aanvulling op artikel 3:13 van de CAR/UWO en artikel 2:1B, tweede lid, onder c van de CAR/UWO geldt:
de leidinggevende stelt de periode vast waarvoor de beschikbaarheidsdienst kan gelden;
de leidinggevende stelt de opkomsttijden vast;
de leidinggevende stelt een rooster vast waarin de specifieke periode en tijdstippen, waarop de aangewezen ambtenaar beschikbaarheidsdienst heeft, blijken. Dit rooster moet voor aanvang van de betreffende periode bij de aangewezen ambtenaar bekend zijn;
het ruilen van een beschikbaarheidsdienst is mogelijk in overleg met de leidinggevende;
de aangewezen ambtenaar die is ingeroosterd voor een beschikbaarheidsdienst draagt zorg voor het kunnen voldoen aan de vastgestelde opkomsttijd en zijn inzetbaarheid;
na opkomst is de aangewezen ambtenaar volledig inzetbaar zoals voor de betreffende werkzaamheden gebruikelijk is en van hem mag worden verwacht.
Paragraaf 4
Artikel 11
Recht op een vergoeding voor beschikbaarheidsdienst
Onderdeel van Beleidsregel belonen gemeente Overbetuwe 2017