Het verrichten van effectieve diensten buiten de voor de Brandweerfunctionaris vastgestelde werktijden wordt vergoed overeenkomstig de bepalingen van artikel 3:2:1.
Voor het verrichten van diensten tijdens de wacht- en rusturen buiten de voor de Brandweerfunctionaris vastgestelde werktijden wordt, voor de berekening van de vergoeding, de factor als bedoeld in artikel 1:3:1:7, tweede lid, gehanteerd.
Bij het opnemen van het verlof als bedoeld in artikel 3:2:1 is artikel 1:3:1:4, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
De commandant Brandweer is bevoegd om in gevallen van het verrichten van extra diensten als bedoeld in het tweede lid, aan te merken als extra diensten als bedoeld in het eerste lid, indien gelet op het tijdstip en de duur van deze diensten een stringente toepassing van het tweede lid, naar zijn oordeel, tot een kennelijke onbillijkheid zou leiden.