De verstrekking van werk-/ dienstkleding, met inbegrip van schoeisel en regenbeschermende kleding, geschiedt naar behoefte aan ambtenaren die naar het oordeel van het diensthoofd bij de vervulling van hun dagelijkse werkzaamheden werk-/ dienstkleding moeten dragen, met dien verstande dat de te verstrekken kleding wordt afgestemd op de eisen die de functie stelt.