Vervanging van werk-/ dienstkleding vanwege de gemeente vindt plaats indien en voorzover het hoofd van dienst verklaart dat de te vervangen kleding voor dienstgebruik ongeschikt is en niet meer door het verrichten van herstelling in bruikbare staat is te brengen en in ieder geval nadat de vastgestelde draagtijd is verstreken.
Indien een verstrekt kledingstuk vóór de afloop van de vastgestelde draagtijd moet worden vervangen en dit te wijten is aan onachtzaamheid of nalatigheid van de ambtenaar, is deze verplicht tot betaling aan de gemeente van een door het college, het hoofd van dienst gehoord, vast te stellen vergoeding, die wordt bepaald op een naar de mate van verwijtbaarheid en in verband met de draagtijd evenredig gedeelte van de aanschaffingsprijs van het vervangen kledingstuk.
De krachtens dit artikel vervangen werk-/dienstkleding gaat in eigendom over aan de ambtenaar.