Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 16:1:1:4

Taken en bevoegdheden van de vertrouwenspersoon

Onderdeel van CAR/UWO

De vertrouwenspersoon heeft tot taak: het aanhoren van hetgeen is voorgevallen; het omgaan met de daarbij optredende emoties; het slachtoffer wijzen op de mogelijkheden om verdere actie te ondernemen; het desgevraagd begeleiden en ondersteunen van de klager tijdens de klachtenprocedure; het doorverwijzen naar externe deskundigen als verdere opvang noodzakelijk is; het signaleren naar de leiding van de organisatie; het geven van nazorg aan het slachtoffer; het geven van voorlichting er toe leidende dat op serieuze wijze gesproken kan worden over ongewenste intimiteiten en de problemen die daarvan het gevolg kunnen zijn; het bijhouden van een registratie van de klachten. De vertrouwenspersoon dient: de deskundigheid die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie te onderhouden en zonodig te vergroten; de anonimiteit van de klager te garanderen. De vertrouwenspersoon heeft niet tot taak te bemiddelen.

Rechtspraak bij dit artikel