De klachtencommissie bestaat uit vier leden, t.w.:
een lid van het college (voorzitter);
het hoofd van de afdeling Personeel en Organisatie;
een nader aan te wijzen deskundige met kennis van emotionele aspecten van ongewenste intimiteiten;
een in overleg met de werknemersvertegenwoordiging van de Commissie voor het Georganiseerd Overleg aan te wijzen werknemer. Er dient naar gestreefd te worden dat zo mogelijk de helft van het aantal leden van de commissie uit vrouwen bestaat.
Voor elk van de leden wordt een plaatsvervanger aangewezen. Er dient naar gestreefd te worden dat zo mogelijk de helft van het aantal leden van de commissie uit vrouwen bestaat.
Voor de aanvang van de behandeling van een klacht kunnen klager of aangeklaagde verzoeken een lid van de klachtencommissie te wraken, indien:
hij functioneel betrokken is bij de zaak of deel uitmaakt van een werkeenheid waartoe de klager of aangeklaagde behoort;
er ten opzichte van klager of aangeklaagde bloedverwantschap tot in de vierde graad of zwagerschap bestaat, danwel een relatie op grond van partnerschap;
hij een advies ter zake heeft gegeven.
In gelijke situaties als hiervoor genoemd kan een lid de klachtencommissie verzoeken hem te verschonen.
Indien een lid van de klachtencommissie klager danwel aangeklaagde is in geval van behandeling van de klacht in de commissie zal zijn plaatsvervanger als lid optreden.
Als secretaris treedt op een, op voordracht van de leden van de klachtencommissie, door het college benoemde werknemer.
De behandeling van klachten geschiedt in besloten vergadering van de commissie.