De tegemoetkoming ingevolge het bepaalde in de artikelen 18:1:8 en 18:1:10 wordt voor de eerste keer voor niet langer dan zes maanden verleend. Het bestuursorgaan kan deze termijn op verzoek van de betrokkene telkens voor niet langer dan zes maanden verlengen.
Geen aanspraak op tegemoetkoming in reis- en/of pensionkosten bestaat indien de declaratie van de in een kalendermaand gemaakte kosten niet binnen drie maanden na die kalendermaand bij het bestuursorgaan is ingediend.
Het college is bevoegd om te bepalen dat de tege¬moetkomingen vastgesteld op basis van de artikelen 18:1:8 en 18:1:10 maandelijks zonder declaratie worden uitbetaald met inachtneming van een korting op de bedragen van 6%.