De betrokkene aan wie vóór 1 juli een tegemoetkoming woon-werkverkeer op grond van artikel 18:1:7, tweede lid, en artikel 18:1:8, vierde lid is toegekend, heeft gedurende de periode van maximaal twee jaar, welke ingaat op het moment van toekenning, recht op een tegemoetkoming woon-werkverkeer conform de vergoedingssystematiek zoals die gold vóór 1 april 2004. Indien de medewerker gehoor heeft gegeven aan de verhuisplicht, vervalt de tegemoetkoming woon-werkverkeer.