Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 18:1:7

Tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten

Onderdeel van CAR/UWO

De betrokkene die geen opdracht heeft om te verhuizen, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en standplaats, indien de te reizen afstand meer dan tien kilometer bedraagt. De betrokkene, die vanwege het dienstbelang de verplichting is opgelegd om in of meer nabij zijn standplaats te gaan wonen, als bedoeld in artikel 15:1:17, en daarin, ondanks alle pogingen daartoe niet slaagt, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, zolang hij bij de verhuizing in aanmerking zou kunnen komen voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten. Een betrokkene als bedoeld in het tweede lid, die naar het oordeel van het bestuursorgaan niet dagelijks heen en weer kan reizen, heeft tenzij van gemeentewege al dan niet tegen betaling in huisvesting wordt voorzien, aanspraak op een tegemoetkoming in de pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij het gebied als bedoeld in artikel 15:1:17 benevens een tegemoetkoming voor ten hoogste eenmaal per week in de reiskosten naar de plaats waar hij metterwoon nog gevestigd is. Indien de betrokkene er niet in slaagt om een pension in de standplaats te betrekken en hij zich naar het oordeel van het bestuursorgaan daartoe voldoende inspanningen heeft getroost, heeft hij tevens aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen het pension nabij het gebied bedoeld in artikel 15:1:17 voornoemd en de standplaats. Indien een betrokkene als bedoeld in het tweede en derde lid, naar het oordeel van het bestuursorgaan niet alles, wat redelijkerwijs van hem mag worden verwacht, heeft gedaan om zo spoedig mogelijk te verhuizen, komt hij niet langer in aanmerking voor tegemoetkomingen als bedoeld in het tweede en derde lid. Een betrokkene die een functie voor betrekkelijk korte duur bekleedt of voor betrekkelijk korte duur elders is geplaatst en als gevolg daarvan niet behoeft te verhuizen, kan een tegemoetkoming in de reiskosten als bedoeld in het tweede lid worden verleend, dan wel een tegemoetkoming overeenkomstig het derde lid, indien de betrokkene naar het oordeel van het bestuursorgaan niet dagelijks heen en weer kan reizen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel