Het salaris, de toelagen en de vergoedingen voor extra en bijzon¬de¬re diensten worden maandelijks betaald.
Een verhoging van het salaris gaat in met de eerste dag van de maand, waarin overeenkomstig de overige bepalingen van dit hoofdstuk de aanspraak zal ontstaan.
Bij de vaststelling van het salaris wordt, behoudens met hetgeen overigens in deze verordening is bepaald, rekening gehouden met de indeling, zoals aangegeven in de bijlage II of IIA, behorend bij de CAR.
Wanneer het salaris, een toelage of de vakantie uitkering moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand.
Voor de ambtenaar met een onvolledige werktijd, wordt het krachtens deze verordening geldende salaris naar evenredigheid verminderd.
Van het bepaalde in de vorige leden kan worden afgeweken, ingeval daartoe naar het oordeel van het college op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat.