De vaststelling van de werktijden voor de werknemer in deeltijdbetrekking dient plaats te vinden zoveel mogelijk overeenkomstig de bepalingen van dit besluit. Daarbij mag van artikel 4:1:1:3, lid 1, slechts zodanig worden afgeweken dat de aanvangstijden altijd dienen te worden vastgesteld op veelvouden van een kwartier.