Het hoofd van dienst draagt zorg voor de vastlegging op een lijst van de tijden als bedoeld in de artikelen 4:1:1:3 en 4:1:1:4 van alle werknemers van zijn dienst. Een afschrift van deze lijst zendt hij toe aan het college.
Het hoofd van dienst stelt degenen die met het feitelijke toezicht op het in acht nemen van de vastgestelde werktijden bij zijn dienst worden belast in het bezit van een afschrift van deze lijst of van delen daarvan.