Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6:3:1

Uitbetaling vakantietoelage

Onderdeel van CAR/UWO

De vakantietoelage, bedoeld in artikel 6:3, wordt eenmaal per kalenderjaar uitbetaald over de periode van 12 maanden, beginnende met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar. In afwijking van het bepaalde in de vorige zin vindt uitbetaling ook plaats bij ontslag van de ambtenaar. Artikel 6:3, alsmede het eerste lid van dit artikel zijn niet van toepassing op de ambtenaar, die in werkelijke militaire dienst is of te werk is gesteld in de zin van artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst (Stbl. 1962, no. 370). Aan de ambtenaar, die gedurende twaalf maanden voor eerste oefening in werkelijke dienst is geweest of – indien hij een eerste oefening van kortere duur had te vervullen – die eerste oefening heeft volbracht of te werk is gesteld in de zin van artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst (Stbl. 1962, no. 370) en die vervangende dienst gedurende twaalf maan¬den heeft vervuld, wordt een bedrag uitgekeerd dat gelijk is aan het verschil tussen het bedrag dat hij als vakantie uitkering uit hoofde van zijn militaire dienst of tewerkstelling in de zin van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst (Stbl.1962, no. 370) ontvangt en het bedrag aan vakantie uitkering – mits dit hoger is – dat hij zou hebben ontvangen indien de voorgaande leden op hem van toepassing zouden zijn en de uitkering zou zijn berekend op basis van de volle aan zijn betrekking verbonden bezoldiging. Bij de toepassing van dit artikel wordt in acht genomen dat de tijd gedurende welke bij wijze van disciplinaire straf of uit hoofde van schorsing een gedeelte van de bezoldiging wordt ingehouden buiten beschouwing wordt gelaten, indien en voorzover dat bij de strafoplegging of schorsing is bepaald. Artikel 8:15:2, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. Met betrekking tot de uitvoering van dit artikel kan het college nadere regelen stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel