Naar hoofdinhoud
1.. de spreektijd van de leden van de Raad bedraagt in eerste termijn maximaal acht minuten per fractie vermeerderd met één minuut per fractielid. Een lid van de Raad kan onder specifieke omstandigheden een voorstel doen tot verlenging van de maximale spreektijd waarover de voorzitter terstond beslist; 2.. zodra de voor een spreker gestelde spreektijd is verstreken, is hij gehouden op aanwijzing van de voorzitter zijn rede onverwijld te beëindigen; 3.. voldoet een spreker niet aan de in het vorige lid bedoelde aanwijzing, dan ontneemt de voorzitter hem het woord.

Rechtspraak bij dit artikel