Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 14

Vaststelling van de duur en de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitstroom uit de Participatiewet, IOAW of IOAZ

Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoeterwoude houdende regels omtrent participatiewet Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Zoeterwoude 2015

1.. De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de uitkering wordt gedurende twaalf maanden na de verzenddatum van dit besluit, gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de bijstandsperiode of periode waarin een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ is ontvangen. 2.. Na afloop van de termijn van twaalf maanden als genoemd in het eerste lid wordt de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 13  tweede lid. indien sprake is van een inkomen boven de 120% van het van toepassing zijnde sociaal minimum, Indien dit niet het geval is blijft de maandelijkse aflossingscapaciteit gelijk. 3.. Als belanghebbende niet de voor het bepalen van de aflossingscapaciteit benodigde bewijsstukken overlegt, wordt de aflossingscapaciteit vastgesteld op het bedrag van de vordering of het restant daarvan. 4.. Een bezwaarschrift tegen een op grond van het vorige lid genomen beslissing heeft schorsende werking, op voorwaarde dat belanghebbende alle voor het bepalen van de aflossingscapaciteit noodzakelijke bewijsstukken alsnog binnen de gestelde termijn overlegt. 5.. Het college informeert belanghebbende jaarlijks in de maand februari over het resterende bedrag van de vordering plus het in het voorgaande jaar betaalde. 6.. In bijzondere omstandigheden kan het college in afwijking van de voorgaande van dit artikel besluiten akkoord te gaan met een afwijkende betalingsregeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel