**1..** Een uitkeringsgerechtigde is verplicht van de hem aangeboden vorm van ondersteuning gebruik te maken.
**2..** Elke persoon die deelneemt aan een voorziening is daarnaast gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de WWB, de IOAW, de IOAZ en de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen en deze verordening.
**3..** Het college kan in aanvulling op de in het tweede lid genoemde verplichtingen, voor een deelnemend persoon extra verplichtingen aan een voorziening verbinden. Deze persoon is dan ook aan deze verplichtingen gehouden.
**4..** Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan de in het tweede en derde lid genoemde verplichtingen, kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de verordening op basis van artikel 8, eerste lid, onder b van de Wet werk en bijstand dan wel het Maatregelenbesluit Abw, IOAW en IOAZ.
**5..** Indien een persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan de in het tweede en derde lid genoemde verplichtingen, kan het college de kosten van de ondersteuning of voorziening geheel of gedeeltelijk van hem terugvorderen.
Hoofdstuk 4
Artikel 8
– Verplichtingen
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ Asten 2010