1.Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het
algemeen bestuur zijn opgedragen, alsmede alle bevoegdheden die voorts in deze
regeling aan dit orgaan worden opgedragen en niet aan het dagelijks bestuur of de
voorzitter zijn opgedragen.
Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur of een bestuurscommissie bevoegdheden overdragen met uitzondering van de bevoegdheid tot:
het vaststellen van het uitvoeringsplan en uitvoeringsprogramma;
het instellen van bestuurscommissies.
het wijzigen van submodules als bedoeld in artikel 8, vierde lid.
HOOFDSTUK 3
Artikel 10