**1..** Het IKB wordt per maand opgebouwd en bestaat uit een deel waarover pensioen wordt opgebouwd en een deel waarover geen pensioen wordt opgebouwd.
**2..** Het deel van het IKB waarover pensioen wordt opgebouwd bedraagt:
**a..** 8% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris vermeerderd met de salaristoelagen genoemd in paragraaf 3 van dit hoofdstuk, met dien verstande dat dit ten minste een bedrag is van € 146,65 bij een volledig dienstverband, en
**b..** 6% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris, met dien verstande dat dit ten minste een bedrag is van € 145,83 bij een volledig dienstverband, en
**c..** 1,5% van het in de maand van opbouw geldende salaris, voor de ambtenaar die geboren is na 31 december 1949, met dien verstande dat dit ten minste een bedrag is van € 33,33 bij een volledig dienstverband, en
**d..** indien en voor zolang hoofdstuk 9a van toepassing is op de ambtenaar, 1% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris, met dien verstande dat dit voor maximaal 20 jaar geldt, tenzij artikel 9a:9, lid 1, onderdeel b, van toepassing is.
**3..** Het deel van het IKB waarover geen pensioen wordt opgebouwd bedraagt 0,8% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris.
**4..** Indien in een maand het salaris of de salaristoelagen niet volledig zijn uitbetaald dan wordt het IKB in die maand berekend op basis van het uitbetaalde salaris en de uitbetaalde salaristoelagen. Ontvangt de ambtenaar in een maand geen salaris dan wordt in die maand geen IKB opgebouwd.
**5..** Indien in een maand het salaris en de salaristoelagen niet volledig zijn uitbetaald op grond van artikel 7:3, lid 2 tot en met 4, dan wordt, in afwijking van lid 4 van dit artikel, het IKB in die maand berekend op basis van het volledige salaris en de volledige salaristoelagen.
**6..** Het college heeft twee lokale doelen aangevuld:
1. uitruil woon-werkverkeer: de ambtenaar kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de reiskosten voor het woon-werkverkeer. Deze uitruil wordt per kalenderjaar in de maand december berekend voor de ambtenaar en met de salarisbetaling van december van dat jaar uitbetaald. De vergoeding per kilometer is gelijk aan het fiscale maximum. Voor de bepaling van de enkele reisafstand geldt de snelste route tussen de woonplaats en de werkplek.
Vergoeding bij gebruikmaking van eigen vervoermiddel:
De volgende factoren zijn van belang bij de bepaling van een vergoeding per maand:
Aantal reguliere werkdagen per jaar = 214
Werkt een medewerker < 5 dagen per week dan zijn de dagen naar rato.
De totale reisafstand, dat wil zeggen heen en terug, bedraagt maximaal 150 kilometer per dag.
De toegestane vrije vergoeding per maand is het bedrag op jaarbasis gedeeld door 12.
Toevoeging
Bedraagt de reisafstand > 150 kilometer per dag dan vindt nacalculatie plaats.
Hierbij dient rekening gehouden te worden met de gebruikelijkheidstoetst (wet op de loonbelasting, art. 31, eerste lid, onder f). Dit wil zeggen dat maximaal € 2.400,- per medewerker per jaar als gebruikelijk mag worden beschouwd. € 2.400,- is het totaal van alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen.
Bij langdurige afwezigheid (vanaf 6 weken) stop de onbelaste reiskostenvergoeding. De onbelaste reiskostenvergoeding start weer per de eerste van de maand volgend op de maand van herstel.
2. Uitruil toelage werkkostenregeling (WKR): de toelage WKR is een algemene onkostenvergoeding waarvan het bedrag, jaarlijks afhankelijk van de ruimte wordt vastgesteld. Het bedrag wordt per kalenderjaar in december aan de ambtenaren uitgeruild.
De toelichting op artikel 3:28 komt als volgt te luiden:
Lid 2
In dit lid is geregeld wat de bronnen van het pensioengevende deel van het IKB zijn. De bronnen komen uit arbeidsvoorwaarden die tot 1 januari 2017 onder een andere naam in de CAR UWO geregeld waren.
Het IKB is opgebouwd uit:
De vakantietoelage, zoals tot 1 januari 2017 geregeld in artikel 6:3.
De eindejaarsuitkering, zoals tot 1 januari 2017 geregeld in artikel 3:18a
De levensloopuitkering, zoals tot 1 januari 2017 geregeld in artikel 6a:7, lid 1.
De levensloopuitkering, zoals tot 1 januari 2017 geregeld in artikel 6a:7, lid 2.
Lid 3
In dit lid is geregeld wat de bron van het niet-pensioengevende deel van het IKB is. Deze bron bestaat uit de financiële tegenwaarde van 14,4 uren bovenwettelijk vakantieverlof.
Tot 1 januari 2017 had de ambtenaar op grond van artikel 6:2 recht op ten minste 158,4 uren vakantie-verlof per kalenderjaar. Met ingang van 1 janauri 2017 is de aanspraak op vakantieverlof verminderdtot 144 uren per kalenderjaar. De financiële tegenwaarde van 14,4 uren vakantieverlof is per diezelfdedatum opgenomen in het IKB.
Artikel 3:29 Doelen IKB
Toevoeging:
1. De ambtenaar kan het IKB gebruiken voor:
a. het kopen van vakantie-uren, tot een maximum van vier maal de aanstellingsduur per week gedurende het kalenderjaar;. Bedraagt het verlofsaldo op 31 december van het jaar meer dan 50x arbeidsduur per week, dan is het meerdere belast (wet op de loonbelasting, art. 11, eerste lid, onder r)
b. extra inkomen door uitbetaling van het IKB tot een maximum van het tot aan de datum van uitbetaling opgebouwde IKB;
c. het financieren van een opleiding, indien en voor zover deze niet door de gemeente wordt vergoed en de geldende fiscale regelgeving de besteding van het IKB aan dit doel belastingvrij mogelijk maakt.
2. Het college kan de bestedingsdoelen zoals omschreven in lid 1 aanvullen.