Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 7.

Voorwaarden en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; indien de voorziening voor een cliënt algemeen gebruikelijk is; indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; 2.. Het college weigert een maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie als: als de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Assen, onverminderd hetgeen bepaald is in de Wmo over beschermd wonen en opvang; de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs vermijdbaar was; de voorziening voorzienbaar was, en van de cliënt redelijkerwijs verwacht kon worden dat hij zelf maatregelen had getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. 3.. Het college verstrekt geen woningaanpassing: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. 4.. In afwijking van het bepaalde in het derde lid, onder c. kan het college besluiten woonaanpassingen toe te kennen voor zover het automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte betreft. 5.. Als een maatwerkvoorziening in de vorm van hulpmiddelen noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 6.. Een collectieve maatwerkvoorziening gaat voor op een individuele maatwerkvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel