Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een forensenbelasting 2017

De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject, waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. De belasting bedraagt bij een waarde: tot en met € 65.000,00 € 68,35 van € 65.001,00 tot en met € 167.500,00 € 139,65 van € 167.501,00 tot en met € 280.000,00 € 382,85 van € 280.001,00 tot en met € 400.000,00 € 519,35 € 400.001,00 of meer € 650,15 6.In afwijking van het in de vorige leden bepaalde wordt de belasting van caravans of chalets met een vaste standplaats voor meerdere jaren, geheven naar een vast bedrag van € 68,35.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel