**1..** Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
**2..** Deze verordening verstaat onder:
IOAW/IOAZ de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
maatregel: het verlagen van de uitkering of de langdurigheidstoeslag op grond van artikel 20, tweede lid IOAW en artikel 20 eerste lid IOAZ alsmede het blijvend of tijdelijk (gedeeltelijk) weigeren van een uitkering op grond van artikel 20 eerste lid IOAW en artikel 20 tweede lid IOAZ;
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
benadelingsbedrag: het door de gemeente ten onrechte uitbetaalde bedrag op grond van de IOAW/IOAZ;
uitkeringsnorm: de op belanghebbende van toepassing zijnde netto grondslag, bedoeld in artikel 5 van de IOAW/IOAZ;
recidive: het binnen 24 maanden na bekendmaking van een besluit tot het opleggen van een maatregel; het voornemen tot het opleggen van een maatregel, of een waarschuwing in de zin van artikel 6 van deze verordening, opnieuw plegen van een verwijtbare gedraging uit dezelfde of hogere categorie.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Maatregelverordening IOAW/IOAZ Noordoostpolder 2010