Onverminderd artikel 2, derde lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
bij gedragingen van de eerste categorie gedurende één maand tien (10) procent van de uitkeringsnorm;
bij gedragingen van de tweede categorie gedurende één maand twintig (20) procent van de uitkeringnorm;
bij gedragingen van de derde categorie genoemd onder a en b gedurende één maand honderd (100) procent van de uitkeringsnorm;
bij gedragingen van de derde categorie genoemd onder c en d is de hoogte van de maatregel gelijk aan het door dit gedrag verloren netto inkomen;
bij gedragingen van de derde categorie genoemd onder d waarbij de hoogte van het verloren netto inkomen niet is vast te stellen wordt de hoogte van de maatregel bepaald op basis van artikel 2, lid 3 van deze verordening
Hoofdstuk 2.
Artikel 8.
de hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening IOAW/IOAZ Noordoostpolder 2010