Het raadslid, van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de
Wet op de Loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
Aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
Fietsstimuleringsregeling B 27.
Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel de vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling Loonbelasting 2001.
Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige
vergoeding van de gemeente.
Hoofdstuk II
Artikel 10 Fietsregeling
Artikel 10 Fietsregeling
Onderdeel van Verordening Voorzieningen Wethouders, Raadsleden, Duoraadsleden en Commissieleden