Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 4

Berekening en betaling vaste vergoedingen

Onderdeel van Verordening Voorzieningen Wethouders, Raadsleden, Duoraadsleden en Commissieleden

1.. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder d en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 aan op de dag van het afleggen van de eed of belofte bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet. 2.. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder d en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eindigen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 op de dag bedoeld in artikel C4, tweede lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip bedoeld in de artikelen X1, eerste en derde lid, X6 en X8, tweede, derde en vijfde van de Kieswet. 3.. De betaling van de vergoedingen, bedoeld in artikel 2 en 3 geschiedt in maandelijkse termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel