**1..** Geen individuele voorziening wordt verstrekt indien:
er sprake is van een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, van de wet;
en voor zover de jeugdige en/of ouder(s) op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de problemen kan wegnemen;
de jeugdige en/of ouder(s) geen ingezetene is van de gemeente Raalte, volgens het woonplaatsbeginsel.
**2..** Het college stelt in het Besluit nadere regels over:
wanneer en welke taken van ouders onder gebruikelijk hulp kunnen vallen;
de afwegingsfactoren die een rol kunnen spelen; en
op welke wijze een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen. Het college geeft daarbij aan op welke wijze hij jeugdige en/of ouder(s) informeert over de mogelijkheid en het belang om in bepaalde gevallen een beroep op jeugdhulp te doen.
**3..** De individuele voorziening is gericht op het realiseren van een situatie, rekening houdend met de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.6 van de verordening, waarin de jeugdige in staat wordt gesteld tot:
gezond en veilig op te groeien;
te groeien naar zelfstandigheid, en
voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.
**4..** Recht op een individuele voorziening bestaat slechts voor zover deze als de goedkoopst adequate individuele voorziening is aan te merken.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 3.2
Criteria individuele voorziening
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Raalte 2017