Een raads- of commissielid doet opgave van zijn substantiële financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt of waarin de gemeente een financieel belang heeft. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen.
Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt het raads- of commissielid bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.
Een raads- of commissielid dat familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht.
Een raads- of commissielid neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.
Artikel 2
Belangenverstrengeling en aanbesteding
Onderdeel van Gedragscode bestuurlijke integriteit raads- en commissieleden 2006