Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › AFDELING 3

Artikel 4:11g

Vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Soest (APV)

1.. Van de vergunning mag pas gebruik worden gemaakt op de dag na die waarop de bezwaartermijn is afgelopen. 2.. Indien gedurende de bezwaartermijn een bezwaar wordt ingediend, mag pas tot vellen worden overgegaan één week nadat op het bezwaar is beslist en de vergunning in stand is gelaten. 3.. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren: voorschriften in het belang van de criteria genoemd in artikel 4:11e, ter bescherming en het behoud van de houtopstand en ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna; voorschriften over de inrichting van de ondergrondse ruimte bij te herplanten bomen; het voorschrift tot het opstellen en overleggen van een Bomeneffectanalyse (BEA) in geval van bouw of aanleg van werken of andere ruimtelijke herinrichtingen of reconstructies in de nabijheid van te behouden bomen; het voorschrift dat pas tot vellen op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichtingen of reconstructies mag worden overgegaan indien andere ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk zijn geworden en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende is gewaarborgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel