De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:a. de natuurwaarde van de houtopstand;b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
Het bevoegd gezag kan bij het weigeren van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren. Hij verwijst daarbij zoveel mogelijk naar relevante gemeentelijke beleidsplannen.
hoofdstuk 4 › afdeling 3
Artikel 4:11b
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening