Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 6

Overige criteria en uitgangspunten

Onderdeel van Beleidsregels leningen en garanties gemeente Houten

1.. Een gemeentegarantie heeft de voorkeur boven een gemeentelijke lening. Indien een garantie voldoende is, wordt geen lening door de gemeente verstrekt. 2.. De hoogte van het in rekening te brengen rentepercentage bedraagt het door de huisbankier van de gemeente Houten geoffreerde rentepercentage met een minimum van 1%. Het rentepercentage wordt vermeerderd met 0,2% ter dekking van administratie- en risicokosten. 3.. Alle kosten die voortvloeien uit het vastleggen van de lening komen voor rekening van de aanvrager. Onderdeel van deze kosten vormt een door de gemeente eenmalig in rekening te brengen afsluitprovisie van 0,2% van het te lenen bedrag met een minimum van € 500. 4.. Het rentepercentage staat voor 10 jaar vast. Alsdan vindt herziening van de rente plaats op basis van de op dat moment door de huisbankier van de gemeente Houten uitgebrachte offerte. Ook dan vindt opnieuw een opslag van 0,2% plaats. 5.. De aanvraag moet voldoen aan de geldende regelgeving rondom staatssteun. Indien het in lid 2 vermelde rentepercentage lager is dan de marktrente, kan het rentepercentage worden verhoogd met een toeslag voor marktconformiteit. 6.. De organisatie moet instemmen met een aantal voorwaarden zoals voorafgaande toestemming van de gemeente voor een aantal juridische handelingen zoals statutenwijziging, onderverhuur, wijziging bestemming van het onderpand, en vervreemding van het onderpand door de organisatie gedurende de contractperiode van de lening. Bij vervreemding van het onderpand dient de lening volledig te worden afgelost. 7.. De gemeente sluit in beginsel alleen leningen af op basis van maandannuïteiten, hetgeen betekent dat gedurende de looptijd maandelijks een vast bedrag aan rente en aflossing in rekening wordt gebracht. 8.. Gedurende de looptijd vindt een volledige aflossing plaats waardoor het financiële risico van de gemeente in de loop der jaren steeds verder afneemt. 9.. Vervroegde aflossing van de lening is te allen tijde boetevrij toegestaan. De resterende looptijd kan hierna verkort worden of de maandelijkse annuïteiten kunnen worden verlaagd. Na vervroegde aflossing is het niet mogelijk bij de gemeente opnieuw een lening aan te vragen voor dezelfde onroerende zaak. 10.. De organisatie heeft een instandhouding- en onderhoudsverplichting van het onderpand. De organisatie verplicht zich daarom tot het afsluiten van opstal- en inboedelverzekeringen en het in goede staat houden van het onderpand gedurende de gehele looptijd van de lening of garantie. Hiertoe moeten gedurende de looptijd van de lening in de exploitatiebegroting van de organisatie voldoende financiële middelen worden opgenomen. De gemeente heeft de mogelijkheid eenmaal per twee jaar controle uit te oefenen of de onroerende zaak, waarop de hypotheek is gevestigd, voldoende wordt onderhouden. 11.. De organisatie verstrekt jaarlijks de exploitatiebegroting en een financieel verslag aan het college, opdat het college het financiële beheer van de organisatie kan beoordelen. Dit gebeurt binnen drie maanden na vaststelling door het bevoegd orgaan. Tevens wordt een kopie van de meest recente verzekeringspolis van de opstal meegezonden. 12.. Het college dient te worden geïnformeerd indien en zodra substantiële financiële tegenvallers in de exploitatie van de organisatie dreigen op te treden. 13.. Bij wisseling van het bestuur, wordt van de nieuwe bestuursleden door de organisatie een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) gevraagd. 14.. De notariële akte inzake de hypothecaire lening zal pas kunnen worden gepasseerd, nadat de organisatie juridisch eigenaresse is van de betreffende onroerende zaak. 15.. Bij het ophouden van de activiteiten of opheffing van de organisatie gedurende de looptijd van de lening en bij wijziging van de doelstelling van de organisatie, waardoor het niet meer in aanmerking zou komen voor een lening, wordt het niet terugbetaalde deel van de aflossing en rente ineens opeisbaar door de gemeente. Mocht het resterende bedrag niet worden terugbetaald, dan kan de gemeente gebruik maken van het recht van parate executie. Bij toepassing van dit artikel neemt de gemeente de nodige zorgvuldigheid in acht. 16.. In geval van voorfinanciering door de gemeente bij een zaak, waarbij terugbetaling door de organisatie middels een jaarlijkse bijdrage / huurverhoging plaatsvindt, gelden in beginsel dezelfde uitgangspunten als bij een aanvraag voor een lening.

Rechtspraak bij dit artikel