Lid 1
De tijd die de medewerker besteedt aan bedrijfsfitness wordt niet tot de werktijd gerekend.
Lid 2
In overleg met de werkgever kan de werktijd worden onderbroken om bedrijfsfitness te beoefenen.
Lid 3
De werktijd die verloren is als gevolg van het bepaalde in lid 2 van dit artikel dient de medewerker te compenseren.
Lid 4
De werkgever kan afwijken van het gestelde in lid 2 van dit artikel om bedrijfsorganisatorische redenen.