**1..** Een gemeente kan uit de regeling treden krachtens een daartoe strekkend besluit van het college van die gemeente en na verkregen toestemming van de raad. Daarbij wordt een opzegtermijn van één jaar, ingaande 1 januari van het eerstvolgend kalenderjaar, in acht genomen.
**2..** Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende brief bekend gemaakt aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam.
**3..** Een gemeente kan uit de regeling treden, mits alle kosten, die direct of indirect samenhangen met die uittreding, worden vergoed.
**4..** Na ontvangst van de in lid 2 bedoelde brief wordt in overleg met de uittredende gemeente aan een onafhankelijke registeraccountant opdracht gegeven een plan op te stellen dat ten minste inzicht geeft in alle kosten, die direct of indirect samenhangen met de uittreding. Het plan wordt uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van het in lid 2 bedoeld verzoek door het algemeen bestuur vastgesteld. De daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen zijn voor de uittredende gemeente bindend.
**5..** Nadat het plan is vastgesteld is de uittredende gemeente gehouden binnen zes maanden aan de daarin omschreven financiële verplichtingen te voldoen.
Hoofdstuk 10.
Artikel 30.
Uittreding uit de regeling
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling werkbedrijven Kust-, Duin en Bollenstreek (GR KDB)