• 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 dagen
incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
geluidswaarden als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
het Besluit niet van toepassing zijn op voorwaarden dat:
○ a. de houder van de inrichting ten minste 10 dagen voor de
aanvang van de
festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
○ b. de festiviteit overeenkomstig de kennisgeving wordt
uitgevoerd.
• 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens de
incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten
behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, eerste lid van
het Besluit niet van toepassing is op voorwaarde dat:
○ a. de houder van de inrichting ten minste 10 dagen voor de aanvang
van de
festiviteit het college in kennis heeft gesteld.
○ b. de festiviteit overeenkomstig de kennisgeving wordt uitgevoerd.
• 3. Er is een (digitaal) standaardformulier voor het
doen van de kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede
lid.
• 4. Omwonenden dienen ten minste 3 werkdagen voorafgaand
aan de festiviteit (schriftelijk) op de hoogte te worden
gebracht.
• 5. Het college kan wanneer een incidentele festiviteit
redelijkerwijs niet te voorzien was, festiviteiten terstond als
incidentele festiviteit toestaan op verzoek van de houder van de
inrichting.
• 6. Het ongebruikt laten van een collectieve dag
betekent niet dat het aantal individuele dagen evenredig toeneemt.
Uitwisseling tussen collectieve en individuele festiviteiten is niet
toegestaan.
• 7. Het college kan ten aanzien van een incidentele
festiviteit zoals bedoeld in het eerste lid nadere regels
vaststellen ter voorkoming of beperking van geluidhinder tijdens een
incidentele festiviteit. De houder van de inrichting is verplicht
deze nadere regels na te leven.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 1
Artikel 4:3
Kennisgeving incidentele festiviteiten
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Waterland 2010