**1..** Bij het werken in of met (voormalig) verontreinigde grond zijn de wettelijke kaders vanuit de ARBO en de Wbb (artikel 5.4.1. Handboek) van belang. Het CROW heeft de richtlijn “Werken in of met verontreinigde grond en/of verontreinigd (grond)water” (publicatie 132) en aanvullend daarop de richtlijn “Kabels en leidingen in verontreinigde grond” (publicatie 307) uitgebracht. Om aan de vigerende wet- en regelgeving te voldoen dient de grondroerder altijd te werken volgens deze richtlijnen, inclusief eventuele recente aanvullingen.
**2..** De grondroerder dient de risico’s die te verwachten zijn en per locatie de werkwijze die gehanteerd dient te worden t.a.v. de veiligheid en gezondheid van de medewerkers vast te leggen in een VG&M plan (zie ook artikel 5.4 tweede lid). De grondroerder zorgt er daarbij voor dat de juiste noodzakelijke (beschermings-)maatregelen worden voorgeschreven voor het werken in of nabij elke verontreinigde grondlocatie. Dit betekent dat voldoende bekend moet zijn wat de gevaren inhouden. Hetgeen kan worden bereikt door middel van gedegen onderzoek voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden.
**3..** De grondroerder dient de werknemers volledig te instrueren over de in het VG&M plan voorgeschreven (beschermings-)maatregelen bij het werken in of nabij een verontreinigde grondlocatie. De grondroerder dient ervoor te zorgen dat de voorgeschreven (beschermings-) maatregelen worden nageleefd.
**4..** Voor het afvoeren van verontreinigde grond of indien er tijdens graafwerkzaamheden onverwacht het vermoeden is over de aanwezigheid van mogelijk verontreinigde grond geldt het bepaalde in artikel 5.4.1, vierde t/m achtste lid.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.8
WERKEN IN OF MET (VOORMALIG) VERONTREINIGDE GROND
Onderdeel van Handboek kabels & leidingen 2017 gemeente Alkmaar