**1..** De voorzitter zendt ten minste negen dagen voor de oriënterende commissievergadering de leden een oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.
**2..** De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor de meningvormende commissie en voor de raadsvergadering de leden een oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.
**3..** De agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden verzonden.
**4..** Indien een aanvullende agenda wordt opgesteld, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden ter beschikking gesteld.
**5..** De voorlopige agenda met een voorstel voor behandeltijden wordt op voordracht van de griffie vastgesteld door de agendacommissie.
**6..** Een commissielid kan een onderwerp in een commissie laten agenderen door een bespreeknotitie bij de agendacommissie in te dienen.
**7..** Een lid van het college kan een onderwerp in een commissie laten agenderen door een bespreeknotitie bij de agendacommissie in te dienen.
**8..** De agendacommissie stelt ten minste tien dagen van tevoren de voorlopige agenda voor de oriënterende commissievergaderingen vast.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 1.
Artikel 9.