Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het
bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te
gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie
daarvan.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
worden geopenbaard.
Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet voor de
volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan het bepaalde in
het vierde en aan de nadere regels uit hoofde van het vijfde
lid:
terrassen als bedoeld in artikel 2:27 sub b tenzij
het een locatie of horecabedrijf betreft die is
aangegeven op de nader door het college vast te
stellen kaart;
uitstallingen;
bouwobjecten;
reclameborden;
plantenbakken en banken;
nader door het college aan te wijzen categorieën van
voorwerpen.
Degene die voornemens is bouwobjecten te plaatsen, doet
daarvan uiterlijk 5 werkdagen tevoren een melding aan het
college.
Het bevoegde bestuursorgaan stelt nadere regels voor de
categorieën genoemd in lid 3.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
wegenreglement.
De vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
geweigerd:
Indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
dan wel een belemmering kan vormen voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
Indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
redelijke eisen van welstand.
In het belang van de voorkoming of beperking van
overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
gelegen onroerende zaak.
De weigeringsgrond van lid 7 onder a geldt niet voor zover
in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
De weigeringsgrond van lid 7 onder b geldt niet voor
bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning voor de
activiteit bouwen is of kan worden verleend.
De weigeringsgronden van lid 7 onder c geldt niet voor zover
in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
milieubeheer.
In dit artikel wordt verstaan onder bevoegde bestuursorgaan:
het college of, voor zover het betreft voor het publiek
openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld
in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 5.
Artikel 2:10
Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Etten-Leur 2017