In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of
anders dan om niet handelingen en/of werkzaamheden worden
verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan
het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer
wordt aangeduid als smartshop;
Exploitant: de natuurlijke persoon voor wiens rekening en
risico de inrichting wordt geëxploiteerd; diegene die de
inrichting exploiteert.
Leidinggevende:
de natuurlijke persoon voor wiens rekening en risico
de inrichting wordt geëxploiteerd; diegene die de
inrichting exploiteert;
de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft
aan de exploitatie van de inrichting;
de natuurlijke persoon, die onmiddellijk leiding
geeft aan de exploitatie van de inrichting.
Bezoeker: degene die zich in een inrichting bevindt, met
uitzondering van:
de leidinggevende(n) en de leden van diens gezin, de
niet tot diens gezin behorende bloed- en
aanverwanten van de ondernemer(s) en de
leidinggevende(n) in de rechte lijn onbeperkt en in
de zijlijn tot en met de derde graad;
het dienstdoende personeel;
hen, wier tegenwoordigheid in de inrichting, naar
het oordeel van de burgemeester, door dringende
omstandigheden wordt vereist;
personen, die vertoeven in een inrichting welke
tevens is een inrichting tot het verschaffen van
nachtverblijf als bedoeld in de verordening op
logeer- en kamerverhuurinrichtingen.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 10A.
Artikel 2:40a
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Etten-Leur 2017