**1..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
houtopstanden te vellen of te doen vellen die zijn vermeld op de
beschermde bomenlijst of zijn geplant in het kader van de
herplantplicht op basis van dit artikel.
**2..** Het bevoegd gezag legt onder nader te stellen voorschriften in
beginsel een herplantplicht of compensatiestorting in het
Bomenfonds op.
**3..** De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
De natuurwaarde van de houtopstand.
De landschappelijke waarde van de houtopstand.
De waarde van de houtopstand voor stads- en
dorpsschoon.
De beeldbepalende waarde van de houtopstand.
De cultuurhistorische waarde van de houtopstand.
De waarde voor de leefbaarheid van de omgeving.
De karakteristiek in relatie tot de standplaats.
De bijzonderheid van leeftijd en/of verschijning van de
houtopstand.
De dendrologische waarde van de houtopstand.
Het een adoptie- of herdenkingsboom betreft.
De hoofdgroen- of hoofdwaterstructuur.
**4..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
houtopstand die bij wijze van dunning moeten worden
geveld;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de
Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last
van het bevoegd gezag;
houtopstand die is aangeplant en geregistreerd als “vrij
groen” in het kader van de gemeentelijke regeling
“Particulier landschapsbeheer Etten-Leur” en/of is
aangeplant in het kader van het provinciale “Groen Blauw
Stimuleringskader” en er in dat kader geen vergoeding
voor waardedaling van de onderliggende grond is
ontvangen;
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit
populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;
vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;
fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te
dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed;
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het
Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen
is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
zelfstandige eenheid vormt die:
-ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
-ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20
bomen, gerekend over het totale aantal rijen.
noodkap; hieronder wordt verstaan het moeten vellen van
een houtopstand in verband met een plotselinge ernstige
bedreiging van de openbare veiligheid (reële kans op
letsel en schade) of een noodtoestand, terwijl
tegelijkertijd het treffen van maatregelen onevenredig
bezwarend is in verhouding tot het belang dat gediend is
met instandhouding van de houtopstand.
HOOFDSTUK 4. › AFDELING 3.
Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Etten-Leur 2017