**·.** 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
**·.** 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan
**·.** 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
a. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;
b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van een vergunning voor het hebben van een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt;
c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
d. indien dit ten koste gaat van een openbare parkeerplaats.
**·.** 4. Het verbod geldt niet:
a. op de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden dat de markt wordt gehouden;
b. op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
**·.** 5. Het college houdt de aanvraag om een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit betreft waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is vereist en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het tweede lid, tot de dag waarop is beslist op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 4
Artikel 5:18