Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Wijze van betaling

Onderdeel van Aanwijzingsbesluit parkeren Doesburg 2017

De volgende voorschriften vast te stellen voor de wijze van betaling: De betaling van parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de verordening parkeerbelastingen vindt plaats door het in werking stellen van de op de parkeerlocaties geplaatste parkeerautomaten. Het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het inwerpen van muntstukken van € 0,10 / € 0,20 / € 0,50 / € 1,00 / € 2,00, dan wel door middel van een pinpas. Indien de parkeerplaats is voorzien van een parkeerautomaat, waar geen kenteken van het voertuig dient te worden ingevoerd, dient na de betaling van de verschuldigde parkeerbelasting verkregen parkeerticket als bewijs van betaling goed leesbaar achter de voorruit van het voertuig te worden geplaatst. Op de parkeerticket worden tenminste de volgende gegevens vermeld: jaar, dag en week van de parkeerhandeling, alsmede tijdstip afloop betaalde parkeertijd; het betaalde bedrag; het nummer van de parkeerautomaat; het doorlopende nummer van de parkeerkaart. In afwijking van het bepaalde onder 4a. kan het in werking stellen van de parkeerapparatuur tevens geschieden door het via een telefoon inloggen op de centrale computer. Voor het via de telefoon inloggen op de centrale computer dient de belastingplichtige geregistreerd te zijn bij het bedrijf waarmee de gemeente Doesburg een overeenkomst heeft gesloten. De aanvang van het parkeren meldt de belastingplichtige door de gebiedscode telefonisch, via een app of per sms door te geven aan de centrale computer. Tevens dient de belastingplichtige de overige voorwaarden van het bedrijf in acht te nemen. Betaling van de dagkaart als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1 van de Verordening Parkeerbelastingen 2017 kan geschieden door het tijdens openingstijden aanschaffen van een dagkaart betaald parkeren bij de balie van het Stadhuis, Philippus Gastelaarsstraat 2 te Doesburg. De aldus gekochte dagkaart dient op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig te worden geplaatst. Parkeervergunninghouders dienen tijdens het parkeren de vergunning goed leesbaar achter de voorruit van het voertuig te plaatsen conform de op de in de vergunning aangegeven plaats. In afwijking van het bepaalde onder 4h. dienen parkeervergunninghouders die geen pas ontvangen te zorgen dat het kenteken van het voertuig waar mee geparkeerd wordt volledig en correct geregistreerd is bij de gemeente. Indien een wielklem is aangebracht vindt de voldoening op aangifte gelijktijdig plaats met de betaling van de kosten van het aanbrengen en verwijderen van de wielklem op de wijze als is aangegeven in de Wegsleepverordening 2002, vastgesteld op 13 december 2001.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel